Van Warschau tot Brussel: een filosoof op zoek naar fundamenten
Chaïm Perelman, geboren in 1912 in Warschau, vlucht met zijn familie voor de onrust in Centraal‑Europa en vindt een toevlucht in Antwerpen. Hij weet het dan nog niet, maar België zal het toneel worden van een intellectuele revolutie: de hergeboorte van de retorica, een oude Griekse discipline.
Aan de Université libre de Bruxelles volgt Perelman het onderwijs van professor Eugène Dupréel. In 1934 verdedigt hij een proefschrift in de rechten en vier jaar later een tweede in de filosofie, gewijd aan de logica van Gottlob Frege. Maar wat hem bezielt, ver voorbij de logische vergelijkingen, is een obsessie: hoe kunnen we onze waardeoordelen rationeel funderen? Hoe rechtvaardigen we wat in onze keuzes te maken heeft met ethiek, rechtvaardigheid of zelfs esthetiek? Deze vragen zal hij zijn hele leven meedragen, tegelijk als last en als kompas.
Voor Chaïm Perelman betekent 1940 een bruusk keerpunt. Door de antisemitische wetten wordt hij uit de universiteit gezet en verliest hij van de ene dag op de andere zijn roeping. Maar hij weigert zich neer te leggen bij passiviteit.
Onder de bezetting: weerstand door sluwheid en moed
Een jaar later, in 1941, legt de Duitse bezetter een systematische registratie van de Joden in België op. Perelman krijgt een functie bij de onderwijsdienst van de Vereniging van Joden in België. Hij zal die positie met berekende durf ombuigen: onder de ogen van de bezetter sluist hij middelen door naar het verzet, naar wat later het Joods Verdedigingscomiteit zal worden.
De herfst van 1942 in Brussel markeert een nieuwe fase. Chaïm Perelman organiseert de verspreiding van clandestiene kranten. Zijn echtgenote, Fela, helpt meer dan 3.000 kinderen aan de deportatie te ontsnappen. Hun strijd, discreet maar vastberaden, laat een onuitwisbare indruk na. Jaren later zal in Israël een bosje van tien bomen worden geplant ter ere van hun inzet, in het woud gewijd aan de Joden van België.
Na de bevrijding hervat Perelman zijn academische loopbaan en richt hij in 1948 de Belgische Vereniging voor Logica en Wetenschapsfilosofie op. Onvermoeibaar reist hij, organiseert congressen en bouwt internationale netwerken uit. In Europa en daarbuiten begint men te spreken over deze Belgische professor met zijn scherpe blik, die een argument kan ontleden zoals een chirurg een lichaam onderzoekt.
De Nieuwe Retorica: overtuigen in plaats van bewijzen
Dan volgt het grootste werk. In 1958 publiceert Perelman samen met Lucie Olbrechts‑Tyteca het Traité de l’argumentation.La Nouvelle Rhétorique. Tegen het triomferende positivisme, dat de rede herleidt tot koude berekeningen, stelt Perelman dat het menselijk denken zich ook ontvouwt in de kunst van het overtuigen. Voor hem is argumenteren geen manipuleren: het is het zoeken naar de instemming van een publiek, steunend op gedeelde waarden, concrete voorbeelden en treffende metaforen. Retorica is niet langer het wapen van sofisten, maar het fundament van een praktische, belichaamde rationaliteit.
Zijn ideeën vinden weerklank ver buiten de universiteitszalen. Juristen nemen zijn theses als eersten over. Perelman biedt hun een nieuwe bril: wat als rechterlijke beslissingen geen louter mechanische afleidingen zijn, maar argumentatieve constructies? De “Nieuwe Retorica” groeit uit tot een belangrijke stroming, een brug tussen theorie en praktijk. Het uiteindelijke doel van de rechtswetenschap is immers te komen tot een redelijke oplossing, aanvaardbaar binnen een geheel van waarden waarvan rechtvaardigheid de eerste is.
Tot aan zijn dood blijft Perelman dit verder uitdiepen. Hij overlijdt op 22 januari 1984 in Ukkel. Koning Boudewijn verleent hem postuum de adelstand. Hij laat een monumentaal oeuvre na, maar ook een vraag die niets aan actualiteit heeft verloren: hoe kunnen we samenleven, anders dan door te leren argumenteren, luisteren en elkaar overtuigen?