De structuur van de begraafplaats van Brussel, met thematische zones die zijn gewijd aan verschillende categorieën van prominente personen (militairen, burgerslachtoffers, stadsbestuurders), heeft als voorbeeld gediend voor andere Brusselse gemeenten met een gemeentelijke begraafplaats.
De gemeentelijke begraafplaats van Etterbeek, waar de eerste begrafenis plaatsvond op 3 november 1958, sluit aan bij deze herdenkingstraditie. Het ereperk van de voormalige burgemeesters van Etterbeek volgt dezelfde logica: het symbolisch groeperen van de burgemeesters van één gemeente op een herkenbare plek op de begraafplaats om zo de herinnering levend te houden aan degenen die het lokale leven het meest hebben gevormd.
Op dit ereperk staan momenteel twee gedenkstenen van personen die het hoogste lokale ambt hebben bekleed: Edmond Mesens en Léon Defosset. Deze gedenkstenen zijn puur herdenkingsmonumenten: de graven van de burgemeesters bevinden zich elders op de begraafplaats.
Edmond Mesens
Edmond Louis Mesens wordt op 20 december 1842 geboren in Sint‑Lambrechts‑Woluwe. Zijn loopbaan, gekenmerkt door talrijke mandaten en verwezenlijkingen, speelt zich af in een periode waarin Brussel zich in hoog tempo ontwikkelde.
Als ambitieuze jongeman zet Mesens zijn eerste stappen in de politiek in zijn geboortegemeente. In 1868 wordt hij verkozen tot gemeenteraadslid in Sint-Lambrechts-Woluwe, een mandaat dat hij tot 1871 uitoefent. Maar het is in Etterbeek dat zijn politieke carrière echt tot volle bloei komt.
In 1879 treedt hij toe tot de gemeenteraad van Etterbeek. Zijn carrière verloopt snel: gemeenteraadslid, waarnemend burgemeester vanaf 1881 en vervolgens burgemeester vanaf 1884. Twaalf jaar lang staat hij aan het hoofd van de gemeente. Daarna wordt hij tussen 1904 en 1907 schepen, maar Etterbeek kan niet zonder hem: in 1907 wordt hij opnieuw burgemeester, een functie die hij behoudt tot aan zijn overlijden op 19 juni 1918.
Zijn engagement stopt niet aan de grenzen van Etterbeek. Als invloedrijk lid van de katholieke partij vertegenwoordigt hij het arrondissement Brussel in de Kamer van Volksvertegenwoordigers van 1888 tot 1892 en opnieuw van 1894 tot 1900. In 1900 wordt hij senator, een mandaat dat hij onafgebroken zal uitoefenen tot zijn dood. Drie decennia zetelt hij in het parlement: een teken van zijn invloed en zijn vastberadenheid om het algemeen belang te dienen.
Edmond Mesens was niet alleen een politicus, maar ook een sleutelfiguur in de stedelijke ontwikkeling van Etterbeek, dat onder zijn bestuur moderniseert en uitbreidt. In 1924, zes jaar na zijn overlijden, eert de gemeente hem door een laan naar hem te vernoemen. De Edmond Mesenslaan, die de Boileaulaan met de Vrijwilligerslaan verbindt, maakt deel uit van een geheel van straten die verwijzen naar burgemeesters die de lokale geschiedenis hebben gevormd, zoals Nestor Plissart, Edouard Lacomblé en Eugène Godaux.
Zijn graf op het ereperk van de gemeentelijke begraafplaats van Etterbeek, herinnert bezoekers er nog steeds aan hoe belangrijk deze man is geweest voor de gemeente.
Léon Defosset
Op 13 maart 1925 wordt Léon Defosset geboren in het kleine dorp Leignon, in de provincie Namen. Hij zal uitgroeien tot een van de meest markante figuren van de Franstalige verdediging in Brussel.
Als briljant student behaalt Defosset een doctoraat in de rechten aan de Université de Bruxelles. Maar het is in de politieke strijd dat hij zijn roeping vindt. Hij begint uiterst links, bij de communistische partij, en sluit zich later aan bij de Mouvement Populaire Wallon in Brussel. Hij zet zich met hart en ziel in voor het “Pétitionnement wallon”, een grote campagne die in 1945 maar liefst 120.000 handtekeningen verzamelt in Brussel voor de aansluiting van Wallonië bij Frankrijk.
In de jaren 1960 begint een nieuw hoofdstuk in zijn leven. In 1965 behoort hij tot de eerste verkozenen van het Front Démocratique des Francophones (FDF), een partij die ontstaat als reactie op de toenemende taalspanningen in België. Defosset, een man van dialoog en overtuiging, wordt al snel een centrale figuur. Hij volgt Jean Duvieusart op als voorzitter van de gezamenlijke structuur FDF‑Rassemblement Wallon (1972–1974) en leidt vervolgens het FDF van 1975 tot 1977. Zijn leiderschap wordt gekenmerkt door een onverzettelijke wil: de Franstalige identiteit van Brussel verdedigen, koste wat kost.
In 1971 wordt Léon Defosset burgemeester van Etterbeek. Twintig jaar lang zal hij de gemeente vormgeven en een nieuwe dynamiek geven. Onder zijn bestuur moderniseert Etterbeek: gemeentelijke voorzieningen breiden uit, scholen worden vernieuwd en de Franstalige identiteit wordt versterkt.
In 1985 ontstaan diepe meningsverschillen met de leiding van het FDF. Defosset blijft trouw aan zijn principes en breekt met de partij. Hij zetelt vervolgens alleen in de Kamer, onder de vlag van het Rassemblement Démocratique Bruxellois, dat banden heeft met de socialistische partij. Ondanks deze breuk blijft hij een onwrikbare burgemeester van Etterbeek, tot aan zijn overlijden in 1991.
Vandaag is een straat in Etterbeek naar hem vernoemd. De Léon Defossetstraat, gelegen in de thematische wijk van de burgemeesters, herinnert voorbijgangers aan het blijvende erfgoed van deze man van vele strijdpunten.