Ontstaan van een begraafplaats: het akkoord tussen twee gemeenten
Omdat er geen ruimte meer was om de begraafplaats achter de kazernes aan de Generaal Jacqueslaan uit te breiden, onderhandelde de gemeente Etterbeek aan het einde van de 19e eeuw met buurgemeente Sint‑Lambrechts‑Woluwe. Het akkoord hield voor beide gemeenten voordelen in: Sint‑Lambrechts‑Woluwe stond een terrein van drie hectare af voor de aanleg van een nieuwe begraafplaats, terwijl Etterbeek zich ertoe verbond financieel bij te dragen aan de verlenging van de Georges Henrilaan, tussen de Linthoutstraat en de toekomstige begraafplaats.
De nieuwe begraafplaats werd in 1897‑1898 ingehuldigd, op de plaats van de huidige Meudonsquare. Ze werd aangelegd volgens de principes van de landschapsbegraafplaatsen uit het einde van de 19e eeuw, met lanen beplant met kastanjebomen en lindes.
Tussen 1898 en 1965 werden hier bijna 45.000 overledenen begraven. Het terrein omvatte ook een Joods perk, waarvan de materiële sporen nog steeds zichtbaar zijn in het park dat in de plaats is gekomen van de begraafplaats.
Aan het begin van de jaren 1950 werd duidelijk dat de site verzadigd was. De demografische groei van het Brusselse Gewest in combinatie met de stedelijke ontwikkeling rond de Georges Henrilaan maakte elke uitbreiding onmogelijk. Etterbeek moest zijn begraafplaats daarom een derde keer verhuizen. De nieuwe gemeentelijke begraafplaats, ontworpen door architect L. Steinier, werd geopend op het grondgebied van Wezembeek‑Oppem. De eerste begrafenis vond plaats op 3 november 1958.
Van necropool tot openbaar park
De buitengebruikstelling van de gemeentelijke begraafplaats op het grondgebied van Sint‑Lambrechts‑Woluwe werd in 1966 uitgesproken, ongeveer acht jaar na de opening van de nieuwe site in Wezembeek‑Oppem. Volgens de toen geldende regels konden families met een concessie op de oude begraafplaats vragen om de stoffelijke resten te laten overbrengen naar de nieuwe begraafplaats. De resten uit graven die geen concessie waren of uit verlopen graven werden samengebracht in een ossuarium.
Het buiten gebruik gestelde terrein werd in het ontwerp van het gewestelijk bestemmingsplan opgenomen als groenzone en raakte gedurende bijna twintig jaar overwoekerd door spontane vegetatie. In 1985 kocht het ministerie van Brusselse Zaken het terrein aan om er een openbaar groene ruimte van te maken. De architecten van het project kozen ervoor om de ruimtelijke structuur van de oude begraafplaats te behouden: het tracé van de paden bleef identiek, de rijen kastanjebomen en lindes werden behouden en de oude grafstenen werden hergebruikt als bestrating. De hoofdingang aan de Meudonsquare werd geflankeerd door twee obelisken, overblijfselen van de vroegere begraafplaats.