Belastingreglement op de agentschappen voor weddenschappen op paardenwedrennen en hun filialen – Hernieuwing

 

Artikel 1:

Er wordt vanaf 1 januari 2026 ten bate van de Gemeente Etterbeek voor een termijn vervallend op 31 december 2031 een belasting geheven op de agentschappen voor weddenschappen op paardenwedrennen en hun filialen toegelaten binnen het raam van artikel 66 van het wetboek op de met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen dit wil zeggen uitsluitend op de agentschappen van natuurlijke en rechtspersonen aangenomen door de gewestelijke directeur der rechtstreekse belastingen voor het aannemen van weddenschappen op paardenwedrennen die in het buitenland worden gelopen

Artikel 2:

Het bedrag van de belasting wordt vastgesteld op € 62,00 per maand of fractie van een maand dat het agentschap wordt uitgebaat.

Artikel 3: Indexering van de tarieven van de belastingen

Het tarief van de belasting wordt jaarlijks aangepast aan de consumptieprijsindex van het Koninkrijk (basis 2013), volgens de volgende formule:

basistarief×nieuwe indexindice de base

  • Het basistarief is het tarief zoals vermeld in dit reglement.
  • De basisindex is de index van november 2025.
  • De nieuwe index is de index van november van het jaar voorafgaand aan het aanslagjaar.
  • Na toepassing van de indexatiecoëfficiënt wordt het tarief afgerond naar de tweede hogere decimaal.

Artikel 4:

De jaarlijkse belasting is verschuldigd voor het hele jaar vanaf 1 januari van het belastingjaar welke ook de datum van het begin van de uitbating, of de stopzetting van de economische activiteit of van verandering van uitbater weze gedurende het belastingjaar.

Er wordt geen enkele korting of teruggave van de belasting gedaan voor welke reden dan ook.

Artikel 5:

De belasting is verschuldigd door de natuurlijke of rechtspersoon voor wiens rekening het agentschap of het filiaal is uitgebaat.

Artikel 6:

De natuurlijke of rechtspersoon die een agentschap of een filiaal van een agentschap opent, overbrengt, overlaat of sluit is verplicht daarvan aangifte te doen bij het gemeentebestuur, binnen vijf dagen, volgend op de opening, de overbrenging, het overlaten of de sluiting. De aangiften van de agentschappen die gevestigd zijn op 1 januari van het aanslagjaar zijn geldig tot herroeping.

Artikel 7:

Bij gebrek aan aangifte binnen de in het reglement gestelde termijn, of in geval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte vanwege de belastingplichtige, wordt de belasting ambtshalve ingekohierd overeenkomstig de bepalingen vervat in artikel 7 van de ordonnantie van 3 april 2014. De ambtshalve ingekohierde belastingen worden verhoogd met een bedrag dat gelijk is aan de verschuldigde belasting. Het bedrag van deze verhoging wordt ook ingekohierd.

Artikel 8:

Iedere belastingplichtige moet, op verzoek van het bestuur en zonder verplaatsing, alle boeken en bescheiden voorleggen die noodzakelijk zijn voor de vestiging van de belasting.

De belastingplichtigen moeten eveneens de vrije toegang verlenen tot de al dan niet bebouwde onroerende goederen, die een belastbaar element kunnen vormen of bevatten of waar een belastbare activiteit wordt uitgeoefend, aan de ambtenaren die overeenkomstig artikels 5 en 6 van de ordonnantie van de 3de april 2014 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillen inzake gemeentebelastingen

Tot particuliere woningen of bewoonde lokalen hebben deze ambtenaren maar alleen toegang tussen vijf uur 's morgens en negen uur ' s avonds, en mits machtiging van de politierechter.

Artikel 9:

Het kohier van de belasting wordt vastgesteld en uitvoerbaar verklaard, ten laatste op 30 juni van het jaar dat volgt op het dienstjaar, door het College van Burgemeester en Schepenen.

Artikel 10:

De belasting wordt ingevorderd door de Gemeenteontvanger overeenkomstig de bepalingen vervat in de ordonnantie van 3 april 2014.

Zonder afbreuk te doen aan de bepalingen van de ordonnantie van 3 april 2014, en voor alles wat niet geregeld zou worden door onderhavig reglement, zijn de bepalingen van titel VII, hoofdstukken 1, 3, 4, 6 tot en met 9bis van het Wetboek der Inkomstenbelastingen en artikelen 126 tot en met 175 van het uitvoeringsbesluit van het Wetboek, voor zover ze niet specifiek de belastingen op de inkomsten betreffen, alsook de gewestelijke bepalingen die verwijzen naar het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen of alle gewestelijke bepalingen betreffende de lokale fiscaliteit van toepassing.

De belasting moet betaald worden binnen de twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet. Deze verzending gebeurt zonder kosten voor de belastingplichtige.

Artikel 11:

De geschillen worden geregeld in overeenstemming met de beschikkingen van het algemeen reglement die deze materie beheren

Het indienen van een bezwaar ontslaat de belastingplichtige niet van de betaling van de belasting.

Wat betreft de materiële fouten die het gevolg zijn van dubbel geboekte posten, rekenfouten of cijferfouten, enz…die te wijten zijn aan de bedienden van het gemeentebestuur, kan de belastingplichtige daarvan de rechtzetting vragen bij het gemeentebestuur, zolang de gemeenterekening waarop de belasting betrekking heeft niet is goedgekeurd door de hogere Overheid.