Reglement – belasting op antennes voor telecommunicatie, signaaloverdracht en informatie-uitwisseling via hertzgolven - begrotingsjaren 2026 tot en met 2028.

 

I. DUUR EN GRONDSLAG VAN DE BELASTING

Artikel 1.

Er wordt voor de jaren 2026 tot en met 2028 een belasting gevestigd op de antennes voor telecommunicatie, signaaloverdracht en informatie-uitwisseling via hertzgolven op het grondgebied van de gemeente Etterbeek.

Artikel 2.

De belasting is verschuldigd, per volledig kalenderjaar, per antenne, ongeacht de datum van plaatsing van de antenne voor telecommunicatie, signaaloverdracht en informatie-uitwisseling via hertzgolven en ongeacht de werkingsduur van de installatie.

II. BELASTINGPLICHTIGE

Artikel 3.

De belasting is verschuldigd:

wanneer een milieuvergunning of voorafgaande verklaring is vereist voor de installatie van een antenne voor telecommunicatie, signaaloverdracht en informatie-uitwisseling via hertzgolven, zonder dat een stedenbouwkundige vergunning wordt vereist: door de begunstigde van de milieuvergunning of de voorafgaande verklaring of door de persoon die, uit hoofde van de installatie, een dergelijke vergunning moest verkrijgen of een dergelijke voorafgaande verklaring moest indienen;

wanneer een stedenbouwkundige vergunning vereist is voor de installatie van een antenne voor telecommunicatie, signaaloverdracht en informatie-uitwisseling via hertzgolven: door de begunstigde van de stedenbouwkundige vergunning of door de persoon die, uit hoofde van de installatie, een dergelijke vergunning moest verkrijgen;

in alle andere gevallen: door de eigenaar van die antenne of door de houder van de zakelijke rechten daarop. In geval van mede-eigendom is de belasting hoofdelijk verschuldigd door elke mede-eigenaar en elke houder van zakelijke rechten op de antennes die op het grondgebied van de gemeente Etterbeek geïnstalleerd zijn.

De hoedanigheid van belastingplichtige wordt bepaald op 1 januari van het jaar of op de datum van installatie van de antenne als deze later valt dan 1 januari.

III. AANSLAGVOET

Artikel 4.

Het bedrag van de jaarlijkse belasting bedraagt 4.623,00 euro per antenne voor telecommunicatie, signaaloverdracht en informatie-uitwisseling via hertzgolven.

De aanslagvoet wordt jaarlijks aangepast aan de gezondheidsindex van het Koninkrijk (basis 2013) volgens de volgende formule:

basistarief x nieuwe index

basisindex

Het basistarief is de aanslagvoet die in dit belastingreglement is vermeld.

De basisindex is de index van november 2025.

De nieuwe index is de index van november van het jaar voorafgaand aan het aanslagjaar.

Na toepassing van de indexeringscoëfficiënt wordt de aanslagvoet afgerond naar boven op de tweede decimaal.

IV. VRIJSTELLINGEN

Artikel 5.

Zijn van de belasting vrijgesteld:

de antennes voor telecommunicatie, signaaloverdracht en informatie-uitwisseling via hertzgolven die uitsluitend voor militaire of openbare doeleinden uitgebaat worden. De antennes voor telecommunicatie, signaaloverdracht en informatie-uitwisseling via hertzgolven die door natuurlijke of rechtspersonen hoofdzakelijk met winstdoeleinden uitgebaat worden, kunnen niet beschouwd worden als een uitbating van openbaar nut.

de antennes voor telecommunicatie, signaaloverdracht en informatie-uitwisseling via hertzgolven van het netwerk A.S.T.R.I. D.

de antennes voor telecommunicatie, signaaloverdracht en informatie-uitwisseling via hertzgolven die wordt uitgebaat buiten iedere commerciële of winstgevende activiteit.

V. AANGIFTE

Artikel 6.

Het gemeentebestuur stuurt een aangifteformulier naar de belastingplichtige, dat hij ingevuld, gedateerd en ondertekend moet terugsturen vóór 31 januari van het jaar dat volgt op het aanslagjaar. Belastingplichtigen die het formulier niet hebben ontvangen, moeten er een aanvragen. Elke belastingplichtige is er in ieder geval toe gehouden de voor de aanslag noodzakelijke elementen uiterlijk op de in de eerste alinea vastgestelde datum spontaan bij het gemeentebestuur aan te geven. De aangifte blijft geldig tot herroeping.

Artikel 7.

Het niet doen van een aangifte binnen de voorgeschreven termijn of een onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte door de belastingplichtige heeft tot gevolg dat de belasting ambtshalve wordt ingeschreven op basis van de gegevens waarover de gemeente beschikt.

Alvorens tot ambtshalve belastingheffing over te gaan, stelt het gemeentebestuur de belastingplichtige, met een aangetekende brief, in kennis van de redenen voor deze procedure, de elementen waarop de belasting wordt gebaseerd, de wijze waarop deze elementen worden bepaald en het bedrag van de belasting.

De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig kalenderdagen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van de kennisgeving om zijn opmerkingen schriftelijk in te dienen. De belastingplichtige moet de juistheid van de door hem aangevoerde elementen bewijzen.

Het gemeentebestuur gaat over tot de ambtshalve inkohiering van de belasting als de belastingplichtige na afloop van deze termijn geen opmerkingen heeft gemaakt die de annulering van deze procedure rechtvaardigen.

De ambtshalve ingekohierde belastingen worden als volgt verhoogd:

eerste ambtshalve inkohiering: 30% van het verschuldigde of geschatte recht;

tweede ambtshalve inkohiering: 60% van het verschuldigde of geschatte recht;

vanaf de derde ambtshalve inkohiering: 100% van het verschuldigde of geschatte verschuldigde recht.

Een ambtshalve inkohiering wordt niet in aanmerking genomen voor de berekening van de verhoging wanneer de belasting normaal ingekohierd werd in de loop van de drie aanslagjaren die volgen op het jaar waarop deze ambtshalve inkohiering betrekking heeft.

VI. BEZWAAR

Artikel 8.

Bezwaren tegen de belasting die wordt gevestigd op grond van dit reglement kunnen schriftelijk worden ingediend, bij het college van burgemeester en schepenen, ondertekend en met redenen omkleed zijn en, op straffe van verval, worden ingediend binnen een termijn van drie maanden, te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet.

Het bezwaar moet ondertekend en gemotiveerd zijn. Zo niet, zal het onontvankelijk worden verklaard.

Het indienen van een bezwaart schort de verplichting tot betaling van de belasting niet op, tenzij uitdrukkelijk anders beslist door het college.

VII. INVORDERING

Artikel 9.

Deze belasting en eventuele verhoging ervan worden door middel van een kohier geïnd. De belastingplichtige ontvangt, zonder kosten, een aanslagbiljet. De belasting moet betaald worden binnen de twee maanden na verzending van het aanslagbiljet.

VIII. GESCHILLEN

Artikel 10.

De geschillen worden geregeld volgens de bepalingen van het algemeen reglement op dit gebied.

Artikel 11.

De kosten van de aangetekende zending zijn ten laste van de belastingplichtige overeenkomstig artikel 20 van de het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen.

IX. INWERKINGTREDING

Artikel 12.

Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026.