I. DUUR EN GRONDSLAG VAN DE BELASTING
Artikel 1 :
Er wordt voor de jaren 2025 tot en met 2031 een jaarlijkse belasting gevestigd op parkeerplaatsen die verbonden zijn aan een handelsruimte, ongeacht deze worden gebruikt of niet.
Een parkeerplaats is ofwel een gesloten garage, ofwel een parkeerzone voor gemotoriseerde voertuigen in een afgesloten ruimte of in openlucht, gelegen op of binnen een privé onroerend goed en ter beschikking gesteld door een natuurlijke of rechtspersoon, gratis of tegen betaling, voor het onthaal van klanten, bezoekers en personeel.
Een handelsruimte is de totale oppervlakte die toegankelijk is voor het publiek en bestemd is voor de verkoop van goederen of diensten.
II. BELASTINGPLICHTIGE
Artikel 2 :
De belasting is verschuldigd door de houders van een milieuvergunning voor de uitbating van een parkeerterrein dat verbonden is aan de handelsruimte.
Als er meerdere belastingplichtigen zijn, zijn zij hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting.
Als er geen milieuvergunning is, is de belasting verschuldigd door de uitbater van de handelsruimte.
Artikel 3. – De belasting is verschuldigd per aanslaglocatie voor het volledige jaar, op 1 januari van het begrotingsjaar, ongeacht een eventuele stopzetting van de activiteit in de loop van het jaar.
III. AANSLAGVOET
Artikel 4 :
Het bedrag van de jaarlijkse belasting bedraagt zesendertig euro (36,00 euro) per parkeerplaats die verbonden is aan een handelsruimte.
De aanslagvoet wordt jaarlijks aangepast aan de consumptieprijsindex van het Koninkrijk (basis 2013) volgens de volgende formule:
basistarief x nieuwe index
basisindex
Het basistarief is de aanslagvoet die in dit belastingreglement is vermeld.
De basisindex is de index van december 2024.
De nieuwe index is de index van december van het jaar voorafgaand aan het aanslagjaar.
Na toepassing van de indexeringscoëfficiënt wordt de aanslagvoet afgerond naar boven op de tweede decimaal.
IV. VRIJSTELLINGEN
Artikel 5 :
Zijn van de belasting vrijgesteld:
parkeerplaatsen voor personen met beperkte mobiliteit die correct zijn aangeduid;
parkeeroppervlakten met minder dan tien (10) plaatsen, waarvoor geen milieuvergunning nodig is en waarop dit reglement dus niet van toepassing is.
V. AANGIFTE
Artikel 6 :
Het gemeentebestuur stuurt een aangifteformulier naar de belastingplichtigen, dat zij ingevuld, gedateerd en ondertekend moeten terugsturen vóór de deadline vermeld op het formulier. Belastingplichtigen die het formulier niet hebben ontvangen, moeten er een aanvragen uiterlijk op 15 januari van het jaar dat volgt op het aanslagjaar. De aangifte blijft geldig tot herroeping.
Bij het niet ontvangen of niet aanvragen van het formulier binnen de termijnen vastgelegd in dit belastingreglement, blijft de aangifteverplichting volledig van kracht.
Artikel 7 :
Elke nieuwe bestemming van een oppervlakte als parkeerplaats moet binnen 10 dagen worden aangegeven.
Artikel 8 :
Het niet doen van een aangifte binnen de voorgeschreven termijn of een onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte door de belastingplichtige heeft tot gevolg dat de belasting ambtshalve wordt ingeschreven op basis van de gegevens waarover de gemeente beschikt.
Alvorens tot ambtshalve belastingheffing over te gaan, stelt het gemeentebestuur de belastingplichtigen, met een aangetekende brief, in kennis van de redenen voor deze procedure, de elementen waarop de belasting wordt gebaseerd, de wijze waarop deze elementen worden bepaald en het bedrag van de belasting.
Belastingplichtigen beschikken over een termijn van dertig kalenderdagen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van de kennisgeving om hun opmerkingen schriftelijk in te dienen. Belastingplichtigen moeten de juistheid van de door hen aangevoerde elementen bewijzen.
Het gemeentebestuur gaat over tot de ambtshalve inkohiering van de belasting als de belastingplichtigen na afloop van deze termijn geen opmerkingen hebben gemaakt die de annulering van deze procedure rechtvaardigen.
De ambtshalve ingekohierde belastingen worden als volgt verhoogd:
eerste ambtshalve inkohiering: 30% van het verschuldigde of geschatte recht;
tweede ambtshalve inkohiering: 60% van het verschuldigde of geschatte recht;
vanaf de derde ambtshalve inkohiering: 100% van het verschuldigde of geschatte verschuldigde recht.
Een ambtshalve inkohiering wordt niet in aanmerking genomen voor de berekening van de verhoging wanneer de belasting normaal ingekohierd werd in de loop van de drie aanslagjaren die volgen op het jaar waarop deze ambtshalve inkohiering betrekking heeft.
VI. BEZWAAR
Artikel 9 :
Bezwaren tegen de belasting die wordt gevestigd op grond van dit reglement kunnen schriftelijk worden ingediend bij het college van burgemeester en schepenen, binnen drie maanden, te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet.
Het bezwaar moet ondertekend en gemotiveerd zijn. Zo niet, zal het onontvankelijk worden verklaard.
Het indienen van een bezwaart schort de verplichting tot betaling van de belasting niet op, tenzij uitdrukkelijk anders beslist door het college.
VII. INVORDERING
Artikel 10 :
Deze belasting en de eventuele verhoging ervan worden door middel van een kohier geïnd. De belastingplichtige ontvangt, zonder kosten, een aanslagbiljet. De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na verzending van het aanslagbiljet.
VIII. GESCHILLEN
Artikel 11 :
Geschillen worden geregeld volgens de bepalingen van het algemeen reglement op dit gebied.
Artikel 12 :
De kosten van de aangetekende zending zijn ten laste van de belastingplichtige overeenkomstig artikel 20 van de het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen.
IX. INWERKINGTREDING
Artikel 13 :
Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2025.