Reglement betreffende de commissie voor mobiliteit en verkeersveiligheid

HOOFDSTUK 1: ALGEMEEN

ENIGE AFDELING: Voorwerp en opdracht

ART. 1. Voorwerp

De gemeenteraad van Etterbeek richt een adviesraad op, “commissie voor mobiliteit en verkeersveiligheid” genaamd, om een regelmatige dialoog tot stand te brengen tussen het gemeentebestuur, de bevoegde gemeentediensten en de vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld.

ART. 2. Opdracht

De commissie heeft raadgevende bevoegdheden. Ze heeft de volgende opdrachten:

  • Een constructieve uitwisseling tussen de belanghebbenden over uitdagingen in verband met mobiliteit en verkeersveiligheid mogelijk maken;
  • Adviezen uitbrengen over structurele projecten op het vlak van mobiliteit en verkeersveiligheid die door de gemeente worden uitgevoerd;
  • Aanbevelingen formuleren over elk project ter verbetering van de mobiliteit en de verkeersveiligheid in de gemeente;

De commissie kan geen persoonlijke kwesties behandelen.

De commissie handelt zonder afbreuk te doen aan de opdrachten van de andere officiële adviserende instanties die werken binnen een gemeentelijke bevoegdheid. Hun advies is vereist wanneer een punt op de agenda van de commissie betrekking heeft op hun projecten.

HOOFDSTUK 2: DE COMMISSIE

AFDELING 1: Rol en adviezen van de commissie

ART. 3. Raadgevende rol

De commissie brengt adviezen uit op vraag van het college van burgemeester en schepenen.

Ze legt ook aanbevelingen voor aan het college.

De adviezen van de commissie hebben een adviserend karakter.

Het college van burgemeester en schepenen motiveert zijn beslissing om het advies of de aanbeveling van de commissie al dat niet te volgen.

AFDELING 2: Samenstelling van de commissie

ART. 4. Leden

De commissie is als volgt samengesteld:

  • Zes inwoners van Etterbeek die worden geloot en aangesteld volgens de voorwaarden uit artikel 5, §1 van dit reglement
  • Zes inwoners van Etterbeek die zich vrijwillig aansluiten bij de commissie en worden aangesteld volgens de voorwaarden uit artikel 5, §2 van dit reglement
  • Drie vertegenwoordigers van vzw’s of feitelijke verenigingen die actief zijn in Etterbeek en die van belang zijn voor de mobiliteit, met uitzondering van politieke fracties, aangesteld na een oproep tot kandidaturen volgens de voorwaarden uit artikel 5, §3 van dit reglement
  • Een vertegenwoordiger van mensen met beperkte mobiliteit, volgens de voorwaarden uit artikel 5, §4 van dit reglement
  • Een vertegenwoordiger van de handelaars, volgens de voorwaarden uit artikel 5, §4 van dit reglement
  • Een vertegenwoordiger van de politiezone Montgomery

Een team van gemeenteambtenaren ondersteunt de werkzaamheden van de commissie. Dat team bestaat uit:

  • Een ambtenaar die verantwoordelijk is voor burgerparticipatie
  • Een ambtenaar die verantwoordelijk is voor mobiliteit
  • Een ambtenaar die verantwoordelijk is voor verkeersveiligheid of een ambtenaar van de dienst Preventie

De burgemeester en de schepen of schepenen die bevoegd is of zijn voor mobiliteit, verkeersveiligheid en/of preventie zijn aanwezig en hebben het statuut van waarnemer. Ze worden gehoord voorafgaand aan de debatten in de commissie om de elementen toe te lichten die nodig zijn om een agendapunt te begrijpen.

De andere leden van het college van burgemeester en schepenen kunnen ook vragen om deel uit te maken van de commissie in functie van de agenda.

ART. 5. Voorwaarden voor de aanstelling van de leden

§1. De inwoners worden geloot door de dienst die daartoe wordt aangesteld door het college van burgemeester en schepenen op basis van een extractie uit het rijksregister en in naleving van de wetgeving over de bescherming van persoonsgegevens.

De personen die zo worden geloot (minstens 500 personen) worden persoonlijk gecontacteerd en krijgen volledige informatie over de doelstellingen en de werking van de commissie.

Nadat zij die informatie hebben gekregen, beschikken die personen over een termijn van één week om hun deelname aan de commissie te aanvaarden of te weigeren. Op basis van de positieve antwoorden wordt er opnieuw een loting gedaan als dat nodig is.

De samenstelling moet een minimumquota garanderen van:

  • Gelijkheid tussen mannen/vrouwen
  • 1/3 van de vertegenwoordigers is jonger dan 30 jaar
  • De best mogelijke vertegenwoordiging van de verschillende wijken.

Als de eerste loting niet voldoende is om dat quotum te behalen, wordt een nieuwe loting uitgevoerd en wordt dezelfde procedure toegepast totdat het gewenste quotum wordt behaald.

§2. De inwoners die die zich vrijwillig kandidaat hebben gesteld worden aangesteld uit degenen die een kandidatuur hebben ingediend naar aanleiding van de kandidatuuroproep van de gemeente. Op basis van de kandidaturen wordt er opnieuw een loting gedaan als dat nodig is.

De samenstelling moet een minimumquota garanderen van:

  • Gelijkheid tussen mannen/vrouwen
  • 1/3 van de vertegenwoordigers is jonger dan 30 jaar
  • De best mogelijke vertegenwoordiging van de verschillende wijken.

§3. De vertegenwoordigers van de vzw’s of feitelijke verenigingen worden aangesteld door het college van burgemeester en schepenen op voorstel van de dienst die daartoe werd aangesteld en na een kandidatuuroproep die wordt gepubliceerd door de gemeente. De dienst zorgt ervoor dat de verschillende vormen van mobiliteit die aanwezig zijn in de gemeente en de verschillende doelgroepen die door deze verenigingen worden gesteund zo goed mogelijk worden vertegenwoordigd.

§4. De vertegenwoordigers van mensen met beperkte mobiliteit worden geloot door de dienst die daartoe werd aangesteld door het college van burgemeester en schepenen na een kandidatuuroproep die wordt gepubliceerd door de gemeente.

§5. Alle leden zijn vrij om zich terug te trekken uit de commissie.

Zij bezorgen hun ontslag schriftelijk aan het college van burgemeester en schepenen. Het college informeer de gemeenteraad van het ontslag zodat die er akte van kan nemen en het ontslag kan bevestigen. Het college van burgemeester en schepenen kan, met een gemotiveerde beslissing en na verhoor, een lid uitsluiten dat gedrag stelt in strijd met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens.

§6. Er wordt een lijst met plaatsvervangers opgesteld om eventuele terugtrekking, ontslag of verhindering van leden op te vangen. De plaatsvervangers moeten beantwoorden aan dezelfde eisen als de effectieve leden van de commissie. Deze lijst wordt om de twee jaar bijgewerkt op basis van de oorspronkelijke procedure.

HOOFDSTUK 3. WERKING

AFDELING 1. Zittingen

ART. 6. Voorzitterschap van de zittingen

Tijdens de eerste bijeenkomst na de installatie wordt de commissie gezamenlijk voorgezeten door de leden van het college van burgemeester en schepenen die bevoegd zijn voor verkeersveiligheid, preventie en mobiliteit. 

Vanaf de tweede vergadering stelt de commissie een voorzitter en een vicevoorzitter aan uit zijn leden, met uitsluiting van de waarnemers, op basis van een stemming met gewone meerderheid.

De voorzitter van de commissie zit de zitting voor en leidt de zitting in functie van de agenda.

De vicevoorzitter vervangt de voorzitter in geval van afwezigheid.

In geval van aanwezigheid van de twee bovengenoemde leden stellen de aanwezige leden een voorzitter ad interim aan via gewone meerderheid.

ART. 7. Ritme van de zittingen

De commissie komt minstens een keer om de vier maanden samen (tijdens de week, na 18 uur).

AFDELING 2. Secretariaat

ART. 8. De dienst Participatie

De dienst Burgerparticipatie van het gemeentebestuur is verantwoordelijk voor het secretariaat van de commissie, hierna “het secretariaat” genoemd. In geval van afwezigheid wordt deze opdracht uitgevoerd door de dienst Mobiliteit of Verkeersveiligheid.

ART. 9. Agenda

De agenda wordt opgesteld op basis van de punten die worden voorgelegd door de betrokken diensten, door het college van burgemeester en schepenen en door elk lid van de commissie.

De tweetalige agenda wordt vastgelegd door het secretariaat zeven werkdagen voor de geplande datum van de commissie, in overleg met de voorzitter van de commissie. De agenda wordt samen met de uitnodiging aan de leden bezorgd.

ART. 10. Uitnodigingen

De dienst Burgerparticipatie verstuurt de uitnodigingen. Ze worden via e-mail verstuurd naar de leden van de commissie veertien werkdagen voor de vergadering en naar de leden van het college van burgemeester en schepenen.

ART. 11. Verslagen van de vergaderingen

De verslagen van de vergaderingen worden opgesteld door het secretariaat.

Ze vermelden de aanwezige, verontschuldigde en afwezige personen en geven een synthetische weergave van de debatten, advies en aanbevelingen over de onderwerpen die op de agenda van de vergadering.

Het verslag wordt via e-mail verstuurd naar de leden van de commissie binnen 10 werkdagen na de vergadering. Het verslag wordt indien nodig aangepast en wordt goedgekeurd aan het begin van de volgende zitting.

AFDELING 3: Beslissingen van de commissie

ART. 12. Beslissing en aanwezigheidsquorum

Binnen de commissie worden de adviezen en aanbevelingen goedgekeurd bij consensus.

In geval van een impasse die verhindert om de adviezen en aanbevelingen aan te nemen die op de agenda staan, kan de commissie overgaan tot een stemming met gekwalificeerde meerderheid (met twee derden).

Bovendien is een aanwezigheidsquorum van meer dan 40 procent van de leden nodig om de commissie te kunnen laten plaatsvinden. De commissie kan enkel geldig beraadslagen als dat quorum bereikt is.

In geval van afwezigheid van een lid van de commissie kan geen volmacht worden voorgelegd.

AFDELING 4. Afwezigheden op vergaderingen

ART. 13. Motiveringsvereisten

Afwezigheden op vergaderingen moeten gemotiveerd worden.

Als een lid 2 keer afwezig is zonder motivering, wordt hij beschouwd als zijnde ontslagnemend.

HOOFDSTUK 4: Mandaat

ART. 14. Duur van het mandaat

Het mandaat van de leden eindigt in december 2027.

Het mandaat eindigt door:

  1. ontslag
  2. ongerechtvaardigde afwezigheid tijdens twee vergaderingen
  3. het ontstaan van onverenigbaarheden/belangenconflicten met de opdrachten van de commissie.  De hoedanigheid van lid van de commissie is niet verenigbaar met:
    • de uitoefening van een openbaar mandaat1, al dan niet via verkiezing verkregen en al dan niet bezoldigd op Europees, federaal, gewestelijk, gemeenschaps- of lokaal niveau, met inbegrip van de mandaten binnen elke structuur, openbaar of privé, die onderworpen is aan de wetgeving betreffende de overheidsopdrachten of waarbinnen een vertegenwoordiging van politieke fracties georganiseerd wordt of die een subsidie krijgt van de gemeente;
    • de uitoefening van elke andere activiteit die bezoldigd wordt door de gemeente, het OCMW of de politiezone.
  4. het zich schuldig maken aan grof of beledigend gedrag of taalgebruik jegens wie dan ook.

ART. 15.  Vrijwilligersvergoedingen

Aanwezigheid op de commissie geeft elk geloot lid of verenigingslid recht op een vrijwilligersvergoeding zoals bedoeld in de wetgeving betreffende het vrijwilligerswerk.

HOOFDSTUK 5: Overgangsregeling, interpretatiegeschil en evaluatie

ART. 16. Inwerkingtreding

Dit reglement treedt in werking op de datum van zijn goedkeuring door de gemeenteraad.

ART. 17. Interpretatiegeschil

Het college van burgemeester en schepenen neemt een beslissing over alle interpretatiegeschillen met betrekking tot de bepalingen uit dit reglement.

ART. 18. Evaluatie

Om het te verbeteren, wordt dit reglement jaarlijks geëvalueerd door de gemeenteraad op basis van een activiteitenverslag en een evaluatie die wordt uitgevoerd door de leden van de commissie.

Onder “openbaar mandaat verstaat men

  • het politieke ambt waarvoor iemand verkozen werd;
  • het openbare ambt dat iemand bekleedt wegens een aanstelling door een overheid binnen een openbare of private instelling om daar om het even welke overheid te vertegenwoordigen;
  • het ambt gelijkgesteld met een openbaar ambt dat als privépersoon wordt uitgeoefend in een private instelling die onderworpen is aan de wetgeving betreffende de overheidsopdrachten;
  • de vertegenwoordiging van een politieke fractie die vertegenwoordigd is in de gemeenteraad in een bestuurs-, beheers-, of adviesorgaan van een van de bovengenoemde structuren, ongeacht die een adviserende rol hebben of niet. Dat begrip wordt zo ruim mogelijk geïnterpreteerd om eventuele belangenconflicten te vermijden.