Règlement-taxe sur les bornes de recharge pour véhicules électriques situées sur la voie publique – Exercices 2026 à 2031

I. DUUR EN GRONDSLAG

Artikel 1

§1. Vanaf 1 januari 2026 en voor een termijn vervallend op 31 december 2031 wordt ten gunste van de gemeente een jaarlijkse belasting geheven op laadpalen voor elektrische voertuigen op de openbare weg.

§2. Dit reglement gebruikt de volgende definitie voor “openbare weg”:

  • elke verbindingsweg over land voor het openbaar verkeer, ongeacht de eigendom van de ondergrond, met inbegrip van de noodzakelijke aanhorigheden voor het behoud en het onderhoud ervan, waarvan het beheer onder de bevoegdheid van de gemeentelijke overheid valt;
  • alle andere plaatsen bestemd voor algemeen gebruik, zonder toegangsbeperking.

II. AANSLAGVOET

Artikel 2

§1. Het jaarlijkse belastingtarief is vastgesteld op 125,00 euro per oplaadpunt.

Elke laadpaal die meerdere oplaadpunten bevat voor het opladen van een elektrisch voertuig wordt geacht zoveel belastbare eenheden te omvatten als er oplaadpunten aanwezig zijn.

§2. De aanslagvoet wordt jaarlijks aangepast aan de consumptieprijsindex van het Koninkrijk (basis 2013) volgens de volgende formule:

basistarief×nieuwe indexindice de base

  • Het basistarief is het tarief zoals vermeld in dit reglement.
  • De basisindex is de index van november 2025.
  • De nieuwe index is de index van november van het jaar voorafgaand aan het aanslagjaar.
  • Na toepassing van de indexatiecoëfficiënt wordt het tarief afgerond naar de tweede hogere decimaal.

§3. De belasting is verschuldigd voor het volledige jaar, te rekenen vanaf 1 januari van het aanslagjaar, voor alle oplaadpunten op het grondgebied van de gemeente Etterbeek op die datum.

§4. In geval van installatie van een laadpaal in de loop van het aanslagjaar is de belasting prorata temporis verschuldigd voor het aantal maanden vanaf de datum waarop de laadpaal ter beschikking van de gebruikers wordt gesteld. Elke begonnen maand wordt als een volledige maand aangerekend.

§5. In geval van wijziging van de houder van een zakelijk recht of van de natuurlijke of rechtspersoon die de exploitatie voert tijdens het aanslagjaar, wordt de belasting verdeeld naar rato van het aantal maanden waarin elke belastingplichtige houder van het zakelijk recht of exploitant is geweest. Elke begonnen maand is verschuldigd door de nieuwe houder of exploitant.

Deze verdeling wordt niet automatisch toegepast. Het is de verantwoordelijkheid van de belastingplichtigen om het gemeentebestuur schriftelijk op de hoogte te brengen van de wijziging binnen een termijn van vijftien dagen.

§6. In geval van intrekking of stopzetting van de exploitatie in de loop van het aanslagjaar kan geen terugbetaling of vergoeding worden gevorderd.

III. BELASTINGPLICHTIGE

Artikel 3

De belasting is verschuldigd door de natuurlijke of de rechtspersoon die de laadpaal voor elektrische voertuigen uitbaat.

IV. VRIJSTELLING

Artikel 4

§1. Kunnen worden vrijgesteld, bij gemotiveerde beslissing van het college van burgemeester en schepenen, de belastingplichtigen van wie de activiteit zich bevindt in een zone waar werken aan de openbare weg worden uitgevoerd waarvan de uitzonderlijke omvang hun economische situatie ernstig kan schaden.

§2. De vrijstelling moet worden aangevraagd binnen dertig dagen na de start van de werken.
 

§3. De vrijstelling wordt berekend naar rato van de effectieve duur van de werken. De beslissing wordt schriftelijk aan de belastingplichtigen meegedeeld.

V. AANGIFTE

Artikel 5

§1. Het gemeentebestuur stuurt een oorspronkelijk aangifteformulier naar de belastingplichtigen, dat zij ingevuld, gedateerd en ondertekend moeten terugsturen binnen en termijn van 15 dagen na de verzenddatum die op het formulier staat.

Belastingplichtigen die het formulier niet hebben ontvangen, moeten er een aanvragen uiterlijk op 30 november van het aanslagjaar en binnen een termijn van vijftien dagen terugsturen.

§2. Belastingplichtigen moeten bij hun aangifte alle bewijsstukken over hun statuut, hun persoonlijke situatie of hun verklaringen voegen. Zij zijn ook verplicht om, op verzoek van het gemeentebestuur en zonder verplaatsing, alle boeken en documenten voor te leggen die nodig zijn voor de vaststelling van de belasting.

§3. Elke nieuwe laadpaal die in de loop van het aanslagjaar wordt geïnstalleerd, moet binnen een termijn van vijftien dagen vanaf de terbeschikkingstelling worden aangegeven.

Artikel 6

De oorspronkelijke aangifte blijft geldig voor de volgende aanslagjaren tot herroeping. Elke wijziging in de fiscale situatie van de belastingplichtige moet binnen een termijn van vijftien dagen worden meegedeeld, vergezeld van de bewijsstukken.

Artikel 7

De aangifte bij de gemeentedienst Belastingen ontslaat de belastingplichtigen niet van de verplichting om de nodige vergunningen te krijgen volgens de geldende wetten en reglementen.

VI. AANSLAG VAN AMBTSWEGE

Artikel 8

§1. Bij gebrek aan aangifte binnen de vereiste termijn of in geval van een onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte kan de belasting ambtshalve gevestigd worden op basis van de elementen waarover de gemeente beschikt.

§2. Alvorens tot ambtshalve belastingheffing over te gaan, stelt het gemeentebestuur de belastingplichtigen, met een aangetekende brief, in kennis van de redenen voor deze procedure, de elementen waarop de belasting wordt gebaseerd, de wijze waarop deze elementen worden bepaald en het bedrag van de belasting.

§3. Belastingplichtigen beschikken over een termijn van dertig kalenderdagen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van de kennisgeving om hun opmerkingen schriftelijk in te dienen. Belastingplichtigen moeten de juistheid van de door hen aangevoerde elementen bewijzen.

§4. Het gemeentebestuur gaat over tot de ambtshalve inkohiering van de belasting als de belastingplichtigen na afloop van deze termijn geen opmerkingen hebben gemaakt die de annulering van deze procedure rechtvaardigen.

§5. De ambtshalve ingekohierde belastingen worden als volgt verhoogd:

  • eerste ambtshalve inkohiering: 20% van het verschuldigde of geschatte recht;
  • tweede ambtshalve inkohiering: 50% van het verschuldigde of geschatte recht;
  • vanaf de derde ambtshalve inkohiering: 100% van het verschuldigde of geschatte verschuldigde recht.

§6. Een ambtshalve inkohiering wordt niet in aanmerking genomen voor de berekening van de verhoging wanneer de belasting normaal ingekohierd werd in de loop van de drie aanslagjaren die volgen op het jaar waarop deze ambtshalve inkohiering betrekking heeft.

VII. CONTROLEMAATREGELEN

Artikel 9

§ 1. De controles, onderzoeken en betwistingen die noodzakelijk zijn voor de toepassing van dit reglement worden vastgesteld door de ambtenaar of ambtenaren die daartoe door het college van burgemeester en schepenen is of zijn aangesteld.

§2. De proces-verbalen die hij (zij) opstelt (opstellen) gelden als bewijs tot het tegendeel is bewezen.

VIII. INVORDERING EN GESCHILLEN

Artikel 10

De belasting wordt geheven via kohier, in overeenstemming met de bepalingen van de ordonnantie van 3 april 2014 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillen inzake gemeentebelastingen en het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen van 13 april 2019.

Artikel 11

§ 1. De belastingplichtigen (of hun vertegenwoordiger) kunnen een bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen. Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend en moet, op straffe van verval, worden ingediend per post, door afgifte tegen ontvangstbewijs aan het loket van de gemeentedienst Belastingen, per fax of per elektronische verzending binnen drie maanden vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet.

§2. Het bezwaar moet gemotiveerd, gedateerd en ondertekend zijn.

§3. De belastingplichtigen of hun vertegenwoordigers die gehoord willen worden moeten dit uitdrukkelijk vermelden in hun bezwaar.

§4. Het indienen van een bezwaart schort de opeisbaarheid van de belasting en de verwijlinteresten niet op.

IX. TOEPASSING

Artikel 12

Dit reglement treedt in werking op de dag van zijn publicatie en is van toepassing vanaf 1 januari 2026.