Artikel 1:
De huwelijksvoltrekkingen zijn onderworpen aan de volgende retributies, te betalen aan de gemeente:
- Huwelijken voltrokken van op maandagochtend, woensdagochtend en donderdagochtend: € 85,00 (RVT € 77,00);
- Huwelijken voltrokken op vrijdagochtend : € 125,00 (RVT € 113,00);
- Huwelijken voltrokken op de laatste vrijdag van de maand (namiddag) : € 150,00 (RVT € 135,00);
- Huwelijken voltrokken op zaterdagochtend : € 290,00 (RVT € 260,00);
- Live-uitzending van huwelijken in het gemeentehuis via een informatica-applicatie: € 15,00 (RVT € 13,50).
Vermindering voor begunstigden van het RVT-statuut:
Begunstigden van het RVT-statuut, zoals gedefinieerd door de verhoogde tegemoetkoming in de ziekteverzekering, kunnen genieten van verlaagde tarieven, op voorwaarde dat zij een geldig attest van dit statuut voorleggen, afgeleverd door een mutualiteitsinstelling. De toepasselijkheid op het RVT-statuut zal door de Gemeentelijke Administratie worden gecontroleerd voordat de vermindering wordt toegepast.
Artikel 2:
Vrijgesteld van de betaling van de retributies vermeld in punten 1 tot 4 van artikel 1:
- Huwelijken voltrokken op dinsdagochtend ;
- Huwelijken van een personeelslid van de gemeente of van het Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn (OCMW).
Artikel 3:
De retributies die krachtens dit reglement worden gevorderd, moeten vooraf worden betaald, tegen ontvangstbewijs, aan de Gemeentelijke Ontvanger, zijn aangestelden of de daartoe aangewezen inningsambtenaren.
Artikel 4:
Bij gebrek aan minnelijke betaling zal de invordering van de retributies geschieden via de wettelijke burgerlijke procedure.
Artikel 5:
Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026 en blijft van toepassing tot 31 december 2031, behoudens wijziging door een nieuwe beslissing van de gemeenteraad. Het reglement wordt herzien in functie van wettelijke ontwikkelingen of de budgettaire behoeften van de gemeente.
Artikel 6: Indexering van de tarieven van de belastingen
Het tarief van de belasting wordt jaarlijks aangepast, voor een periode van 6 jaar (2026-2031), aan de consumptieprijsindex van het Koninkrijk (basis 2013) volgens de volgende formule:
- Het basistarief is het tarief zoals vermeld in dit reglement.
- De basisindex is de index van november 2025.
- De nieuwe index is de index van november van het jaar voorafgaand aan het aanslagjaar.
- Na toepassing van de indexatiecoëfficiënt wordt het tarief afgerond naar de tweede hogere decimaal.