De man van Katanga: van familiezaken tot de afscheiding
Moïse Tshombe wordt geboren op 10 november 1919 in Musumba, in het hart van Katanga, toen een welvarende provincie van Belgisch-Congo. Bij zijn geboorte wordt de samenleving nog volledig bepaald door de koloniale orde en de traditionele Afrikaanse hiërarchieën. Als oudste van elf kinderen groeit hij op in een vooraanstaande Lundafamilie. Zijn vader, Joseph Tshombe, was door het huwelijk verwant aan Mwata Yamvo, de keizer van de Lundas, en belichaamde die Afrikaanse elite die erin slaagde met de koloniale macht samen te werken. Als bedachtzame ondernemer werd hij een van de rijkste Afrikanen van zijn tijd, een uitzonderlijke prestatie binnen een diep ongelijk systeem.
De jeugd van Moïse speelt zich af in een traditionele en christelijke omgeving. Hij wordt naar Amerikaanse protestantse missiescholen gestuurd, eerst in Sandoa en later in Kanene. Daar krijgt hij een strenge opleiding, doordrongen van protestantse discipline en een uitgesproken ondernemingsgeest. Hij behaalt er een diploma boekhouden, een waardevolle opleiding in Congo, waar de mijnindustrie kapitaal en ambities aantrok. Daarnaast volgt hij per correspondentie cursussen rechten. De koloniale overheden weigeren hem namelijk een visum om zijn studies verder te zetten in de Verenigde Staten. Deze opleidingsjaren geven hem een methodische en pragmatische ingesteldheid en de overtuiging dat macht niet alleen wordt veroverd met woorden, maar vooral met organisatie.
Tijdens de jaren 1950, terwijl de wind van de onafhankelijkheid over Afrika waait, neemt Tshombe de familiebedrijven over en groeit hij uit tot een van de invloedrijkste notabelen van Katanga. De provincie is rijk aan koper, kobalt en uranium en wekt daardoor ambities op. In 1958 is hij medeoprichter van de CONAKAT (Confédération des associations tribales du Katanga), een regionalistische partij die pleit voor autonomie (en zelfs onafhankelijkheid) van de provincie Katanga. Tegenover het vurige centralisme en unitarisme van Patrice Lumumba en zijn Mouvement national congolais verdedigt Tshombe een andere visie: een federaal Congo, waarin Katanga de controle over zijn rijkdommen behoudt. Dat standpunt vindt gehoor bij de Union minière du Haut-Katanga en bij Belgische politieke economische belangen, die hun investeringen willen veiligstellen en hun invloed willen behouden.
Op 30 juni 1960 wordt de onafhankelijkheid van Congo uitgeroepen, maar dat brengt niet de gehoopte stabiliteit. Op 11 juli 1960, amper elf dagen later na de officiële oprichting van de jonge natie, zet Tshombe een beslissende stap: hij verklaart de onafhankelijkheid van Katanga. Een spectaculaire beslissing. Hij werpt zich op als de beschermer van een bedreigde provincie, maar ontketent in werkelijkheid een grote crisis. In Elisabethstad treedt hij op als staatshoofd van een onafhankelijk Katanga, onder andere gesteund door Europese huurlingen (onder wie Bob Denard) en door mijnbelangen en westerse politici.
De centrale regering van Lumumba beschouwt dit als verraad. De Verenigde Naties grijpen in om de eenheid van Congo te bewaren. Katanga wordt het middelpunt van een conflict waarin lokale ambities en internationale rivaliteiten elkaar kruisen. President Kasavubu ontslaat Lumumba en zet hem onder huisarrest. Hij ontsnapt maar wordt in januari 1961 aangehouden en overgebracht naar Katanga, waar hij zal worden geëxecuteerd. Hij wordt gedood op grondgebied van Katanga en met instemming van de lokale autoriteiten. Zijn dood laat een diepe en blijvende indruk na. Tshombe ontkent elke directe verantwoordelijkheid, maar de schaduw van dit drama zal hem nooit meer verlaten.
Een morele verantwoordelijkheid van de Belgische regering van die tijd werd erkend na afloop van een parlementaire commissie in 2001. In februari 2002 biedt de Belgische regering, bij monde van de minister van Buitenlandse Zaken Louis Michel, officiële excuses aan de familie Lumumba en aan het Congolese volk.
Tussen macht en ballingschap: de laatste jaren van een man die omstreden werd
Katanga houdt drie jaar stand. Tshombe voert intensieve diplomatieke onderhandelingen, steunt op private strijdkrachten en probeert zijn staat internationale legitimiteit te geven. Maar in 1963 maken de VN‑troepen een einde aan de afscheiding. Tshombe wordt in het nauw gedreven en kiest voor ballingschap, eerst in Noord‑Rhodesië, daarna in Spanje, na een kort verblijf in België waar hij wordt teruggestuurd. De man die droomde van een onafhankelijk Katanga wordt een politieke vluchteling.
In 1964, terwijl de Simba‑opstand het oosten van Congo in vuur en vlam zet, roept president Joseph Kasa‑Vubu Tshombe terug. Pragmatisme haalt het van oude vijandschappen: de voormalige separatist wordt eerste minister. Hij probeert de orde te herstellen, boekt militaire successen en herstelt de economie. Nieuwe verkiezingen worden georganiseerd in maart en april 1965 en worden met een verpletterende meerderheid gewonnen door de partij van Tshombe. Zijn ambitie, zijn internationale netwerk en zijn verkiezingsinvloed in Congo maken hem verdacht in de ogen van staatshoofd Mobutu Sese Seko. Die laatste besluit hem van de macht te verwijderen, waarmee hij een institutionele crisis ontketent. In november 1965 grijpt legerchef Joseph‑Désiré Mobutu de macht. Tshombe, die de machtsgreep aanvankelijk goedkeurt, moet in januari 1966 opnieuw in ballingschap vertrekken. Hij wordt in 1967 bij verstek ter dood veroordeeld tijdens het proces van kolonel Ferdinand Tshipola.
Het laatste hoofdstuk van zijn leven leest als een spionageroman. In 1967 wordt zijn privévliegtuig omgeleid naar Algiers. De omstandigheden blijven duister (geheime operatie, politieke afrekening, internationale manipulatie?), maar de actieve rol van de Congolese ambassade in Brussel en die van de CIA is vandaag gedocumenteerd. Onder huisarrest in Algerije ziet Tshombe hoe de deuren van de Afrikaanse politiek zich definitief sluiten. Hij overlijdt op 29 juni 1969, officieel aan een hartaanval. Maar geruchten over vergiftiging of moord blijven circuleren.
Moïse Tshombe blijft een tegenstrijdig figuur in de Congolese geschiedenis. Voor sommigen was hij de vastberaden verdediger van de Katangese belangen, een man van orde in een tijd van chaos. Voor anderen belichaamt hij de versnippering van het land, de samenspanning met koloniale belangen en de politieke hardheid van de eerste jaren na de onafhankelijkheid. Zijn naam blijft onlosmakelijk verbonden met die van Lumumba en staat symbool voor de oorspronkelijke breuklijnen van Congo: tussen unitarisme en federalisme, tussen uitgeroepen soevereiniteit en onzichtbare afhankelijkheden.
Moïse Tshombe werd op 26 mei 1961 door koning Boudewijn onderscheiden met het Grootlint van de Kroonorde.